Duurzaamheidsinformatie voor Fortibus 10 Coöperatief U.A.
Laatste update november 2026
Samenvatting
Het Fonds Fortibus 10 Coöperatief U.A. (“Het Fonds”) valt onder artikel 8 van de SFDR. Het Fonds wordt beheerd door Capital Mills Invest B.V. (“de Beheerder”). Dit Fonds promoot ecologische of sociale kenmerken, maar heeft geen duurzame beleggingsdoelstelling.
Het Fonds verstrekt revenue-based financing (RBF-leningen) aan in Europa gevestigde technologie-ondernemingen. Het Fonds promoot een ecologisch kenmerk, Digital Environmental Footprint (DEF), over de milieueffecten van digitale activiteiten, en een sociaal kenmerk, Diversity & Inclusion (D&I), over een divers personeelsbestand in een inclusieve werkomgeving. Het Fonds verlangt hiervoor plannen en voortgangsrapportage, maar geen minimale milieuprestatie of diversiteitsdoelstelling.
Ten minste 70% van de uitstaande hoofdsom gaat naar ondernemingen die een DEF-plan en een D&I-plan hebben, of zich verbinden deze binnen 12 maanden vast te stellen. Dit percentage wordt berekend en getoetst op de einddatum van de investeringsperiode. Maximaal 30% valt onder “Overige”. Het aandeel duurzame beleggingen en taxonomie-afgestemde beleggingen is 0%. Het Fonds beoordeelt jaarlijks de voortgang ten opzichte van de nulmeting. Leningen worden alleen verstrekt aan ondernemingen die praktijken op het gebied van goed bestuur volgen, beoordeeld aan de hand van een checklist met vier onderdelen.
Het Fonds meet de kenmerken met één primaire indicator (het aandeel dat aan het bindende element voldoet) en zeven ondersteunende indicatoren: vier voor DEF en drie voor D&I. De kenmerken zijn behaald als minstens 70% van de beleggingen ondernemingen betreft die voldoen aan de primaire indicator. Voor de ondersteunende indicatoren rapporteert het Fonds ook de ontwikkeling ten opzichte van de nulmeting.
Leningnemers leveren hun DEF- en D&I-plannen aan en rapporteren jaarlijks over de ondersteunende indicatoren. Deze data zijn zelf gerapporteerd en worden gecontroleerd op volledigheid en plausibiliteit, maar niet onafhankelijk geverifieerd. Er zijn geen geschatte data. Wel beoordeelt de Beheerder op hoofdlijnen of de DEF- en D&I-plannen passend zijn.
Vóór elke lening verricht de Beheerder due diligence, inclusief een toets aan de uitsluitingscriteria, de baseline op DEF en D&I en goed bestuur. Alleen bij een positieve afronding wordt een investeringsbesluit genomen. Engagement verloopt via het DEF- en D&I-plan en de afspraken en prijsprikkels in de leningsovereenkomst.
Geen duurzame beleggingsdoelstelling
Dit fonds promoot ecologische of sociale kenmerken, maar heeft geen duurzame beleggingsdoelstelling.
Ecologische of sociale kenmerken van het financiële product
Ecologisch kenmerk – Digital Environmental Footprint (DEF). DEF betreft de milieueffecten van het ontwikkelen en leveren van digitale producten en diensten. Het Fonds moedigt ondernemingen aan inzicht te krijgen in, en te werken aan, de milieuvoetafdruk van hun digitale activiteiten, waaronder het gebruik van (externe) cloudinfrastructuur, datacenters, rekenkracht en AI-workloads.
Sociaal kenmerk – Diversity & Inclusion (D&I). D&I betreft het vermogen van een onderneming om een divers personeelsbestand aan te trekken, te behouden en te ondersteunen, in een inclusieve en respectvolle werkomgeving. Het Fonds moedigt ondernemingen aan te werken aan gelijke kansen, diversiteit van perspectieven en een werkcultuur waarin medewerkers zich welkom en gewaardeerd voelen, ongeacht achtergrond, gender of andere persoonlijke kenmerken.
Het Fonds promoot deze kenmerken door plannen en voortgangsrapportage te verlangen. Het Fonds verlangt geen minimale milieuprestatie (zoals een emissiereductie) en geen minimaal aandeel vrouwen of andere diversiteitsdoelstelling als voorwaarde voor financiering.
Beleggingsstrategie
Het Fonds moedigt portefeuillebedrijven aan om inzicht te krijgen in en te werken aan de milieuvoetafdruk van hun digitale activiteiten (DEF) en aan diversiteit en inclusie binnen hun organisatie (D&I). De beleggingsstrategie bevat drie bindende elementen: de nulmeting, het DEF- en D&I-plan en de jaarlijkse rapportage en engagement.
Vóór elke lening stelt de Beheerder de uitgangssituatie (baseline) op DEF en D&I vast. Ten minste 70% van de uitstaande hoofdsom van alle leningen van het Fonds gaat naar ondernemingen die bij opname een DEF-plan en een D&I-plan hebben, of die zich in de leningsovereenkomst verbinden deze plannen binnen 12 maanden na ondertekening vast te stellen. Het DEF-plan bevat, waar relevant, doelstellingen en verbeteracties op het gebied van verantwoord gebruik van cloud en AI, betrokkenheid van leveranciers, bewustzijn van de milieu-impact en efficiënt gebruik van middelen. Het D&I-plan bevat, waar relevant, doelstellingen en verbeteracties op het gebied van diversiteit van het personeelsbestand, een inclusieve werkcultuur, gelijke kansen en het aantrekken en behouden van talent. Stelt een onderneming de plannen niet tijdig vast, dan vervalt de prijsprikkel uit de leningsovereenkomst en telt de lening niet meer mee voor de 70%. De Beheerder gaat in dat geval met de onderneming in gesprek met het oog op het alsnog vaststellen van de plannen. Voorziet de Beheerder dat het aandeel beleggingen dat aan dit bindende element voldoet aan het einde van de investeringsperiode waarschijnlijk onder 70% uitkomt, dan doet het Fonds alleen nog nieuwe beleggingen in ondernemingen die aan dit bindende element voldoen. Het Fonds beoordeelt jaarlijks de voortgang van de portefeuillebedrijven met betrekking tot de DEF- en D&I-kenmerken. Daarbij gaat het Fonds met de portefeuillebedrijven in gesprek over de ontwikkeling ten opzichte van de nulmeting (inclusief het behalen van het DEF- en D&I-plan). De verplichting om deze informatie jaarlijks te verstrekken is vastgelegd in de leningsovereenkomst.
Het Fonds verstrekt alleen leningen aan ondernemingen waarvan de Beheerder vóór de lening heeft vastgesteld dat zij praktijken op het gebied van goed bestuur volgen. De Beheerder gebruikt hiervoor een checklist met vier onderdelen:
goede managementstructuren
betrekkingen met werknemers
beloning van het betrokken personeel
naleving van belastingwetgeving
De beoordeling houdt rekening met de omvang van de onderneming: een punt kan positief worden beoordeeld als het materieel aanwezig is, ook als het (nog) niet in beleid is vastgelegd. Dwang- of kinderarbeid leidt altijd tot een negatieve beoordeling. Significante belastinggeschillen of ontwijkingsstructuren leiden tot een negatieve beoordeling, tenzij deze afdoende zijn gemitigeerd.
Tijdens de looptijd moet de onderneming op grond van de leningsovereenkomst alle wezenlijke wijzigingen in deze praktijken melden. De Beheerder toetst daarnaast jaarlijks via de ESG-vragenlijst of de onderneming blijft voldoen.
Aandeel beleggingen
Minimaal 70% van de beleggingen is afgestemd op de gepromote kenmerken. Dit zijn leningen aan ondernemingen die (i) bij opname een DEF-plan en een D&I-plan hebben vastgesteld, of (ii) zich in de leningsovereenkomst verbinden deze plannen binnen 12 maanden na ondertekening vast te stellen. Het percentage wordt berekend als de uitstaande hoofdsom van de leningen aan deze ondernemingen, gedeeld door de totale uitstaande hoofdsom van alle leningen van het Fonds. Het wordt berekend op de einddatum van de investeringsperiode en op die datum en op iedere daaropvolgende rapportagedatum getoetst. Maximaal 30% valt onder "Overige". Dit zijn leningen aan ondernemingen die niet, of niet langer, voldoen aan het bindende element met betrekking tot het DEF-plan en het D&I-plan, waaronder ondernemingen die deze plannen niet binnen 12 maanden na ondertekening van de leningsovereenkomst hebben vastgesteld. De jaarlijkse rapportageverplichting blijft voor deze ondernemingen gelden. Als minimale waarborgen gelden de uitsluitingscriteria van het Fonds en de beoordeling van goed bestuur. Het aandeel duurzame beleggingen en het aandeel beleggingen afgestemd op de EU-taxonomie is 0%. Alle beleggingen zijn directe leningen; het Fonds gebruikt geen derivaten.

Monitoring ecologische of sociale kenmerken
Het Fonds meet de kenmerken met acht indicatoren: één primaire indicator (het aandeel dat aan het bindende element voldoet) en zeven ondersteunende indicatoren.
Primaire indicator
Aandeel van de investeringen in portefeuillebedrijven dat voldoet aan het bindende element met betrekking tot het DEF-plan en het D&I-plan. Dit is de uitstaande hoofdsom van leningen aan portefeuillebedrijven die (i) een DEF-plan en een D&I-plan hebben vastgesteld die voldoen aan de inhoud zoals beschreven onder "Beleggingsstrategie", of (ii) zich in de leningsovereenkomst hebben verplicht deze plannen binnen 12 maanden na de datum van ondertekening van de leningsovereenkomst vast te stellen en voor wie die termijn nog niet is verstreken, gedeeld door de totale uitstaande hoofdsom van alle leningen van het Fonds. Over categorieën (i) en (ii) wordt afzonderlijk gerapporteerd.
Ondersteundende indicatoren voor het DEF-kenmerk
Elke ondersteunende DEF-indicator wordt per portefeuillebedrijf beoordeeld op basis van ja/nee. Op fondsniveau wordt het resultaat uitgedrukt als het percentage van de uitstaande hoofdsom van leningen aan portefeuillebedrijven waarvoor het antwoord “ja” is.
Milieucriteria bij inkoop: “ja” als het portefeuillebedrijf kan aantonen dat milieucriteria deel uitmaken van zijn gedocumenteerde inkoopproces of beoordelingsproces van leveranciers.
Optimalisatie van cloud en AI: “ja” als het portefeuillebedrijf in de verslagperiode ten minste één gedocumenteerde maatregel heeft geïmplementeerd die gericht is op het verminderen van het energie- of grondstoffenverbruik van zijn cloud- of AI-workloads.
Milieu-informatie van belangrijke leveranciers: “ja” als het portefeuillebedrijf milieu-informatie, zoals energieverbruik, emissies of het aandeel hernieuwbare energie, heeft verkregen van zijn belangrijkste cloud- en hostingleveranciers.
Beoordeling van de milieu-impact: “ja” als het portefeuillebedrijf binnen de 12 maanden voorafgaand aan de rapportagedatum een beoordeling van de milieu-impact van zijn bedrijfsvoering heeft afgerond.
Ondersteunende indicatoren voor het D&I-kenmerk
Aandeel vrouwelijke werknemers: het percentage vrouwelijke werknemers per portefeuillebedrijf, op fondsniveau geaggregeerd als een naar uitstaande hoofdsom gewogen gemiddelde.
Aandeel vrouwen in leidinggevende functies: het percentage vrouwen in het bestuur en het niveau direct daaronder, op fondsniveau geaggregeerd op dezelfde basis als indicator 6.
Inclusieve werkcultuur: “ja” als het D&I-plan van het portefeuillebedrijf ten minste één doelstelling of verbeteractie met betrekking tot een inclusieve werkcultuur bevat, op fondsniveau uitgedrukt zoals bij indicatoren 2 tot en met 5.
Indicatoren 6 en 7 meten uitsluitend gender, omdat gegevens over andere persoonskenmerken vaak privacygevoelig zijn. Indicator 8 is bedoeld om de bredere inclusiedimensie van het D&I-kenmerk te dekken.
Voor indicatoren 2 tot en met 8 rapporteert het Fonds ook de ontwikkeling ten opzichte van de nulmeting.
Methoden voor ecologische of sociale kenmerken
De kenmerken zijn behaald als minstens 70% van de beleggingen ondernemingen betreft die voldoen aan de primaire indicator met betrekking tot het DEF-plan en het D&I-plan, op de toetsmomenten zoals beschreven onder "Aandeel beleggingen". Weging vindt plaats op basis van de uitstaande hoofdsom.
De data over de overige indicatoren komen uit een vragenlijst die ondernemingen vóór de lening en daarna jaarlijks invullen, aangevuld met de plannen zelf. Alle indicatoren worden op fondsniveau gerapporteerd.
Databronnen en verwerking
De leningnemers leveren hun DEF- en D&I-plannen aan en rapporteren jaarlijks via een vragenlijst over de ondersteunende indicatoren. De aangeleverde informatie wordt door het Fonds verwerkt in de reguliere managementrapportage. Data worden gecontroleerd op volledigheid en plausibiliteit, maar niet onafhankelijk geverifieerd. Er is geen sprake van een aandeel data die een schatting zijn.
Methodologische en databeperkingen
De data zijn zelf gerapporteerd door de ondernemingen en worden niet onafhankelijk geverifieerd. De data worden echter wel door het Fonds beoordeeld en bij inconsistenties of evidente onjuistheid biedt de leningsovereenkomst mogelijkheden om betere informatie af te dwingen bij de leningnemers. De Beheerder beoordeelt wel op hoofdlijnen of de DEF- en D&I-plannen passend zijn. Dit biedt naar het oordeel van de Beheerder voldoende waarborg om te zorgen dat deze beperking niet van invloed is op de wijze waarop de kenmerken worden behaald.
Due diligence
Voorafgaand aan het verstrekken van een lening wordt due diligence verricht door de Beheerder. Resultaten van de due diligence worden vastgelegd in een besluitvormingsdocument. Hierbij wordt de specifieke casus getoetst aan de uitsluitingscriteria van het Fonds. Tevens worden beoordeeld: de uitgangssituatie (baseline) op DEF en D&I en de praktijken op het gebied van goed bestuur. Alleen bij een positieve afronding van de due diligence wordt een besluit tot investering genomen. Leningnemers zijn vervolgens via de leningsovereenkomst verplicht om jaarlijks te rapporteren en veranderingen kenbaar te maken. Tijdens periodiek overleg wordt hierop door de investeringsmanager van het Fonds getoetst.
Engagementbeleid
Engagement is onderdeel van de beleggingsstrategie, aangezien via het DEF- en D&I-plan inzicht wordt verkregen in, en vervolgens gewerkt aan de praktijken van de onderneming op het gebied van DEF en D&I. Dit is vastgelegd in de leningsovereenkomst. Naast prijsprikkels, worden in de overeenkomst de afspraken vastgelegd. Gedurende de looptijd van de lening monitort het Fonds de voortgang via de jaarlijkse ESG-vragenlijst (ESG Survey) en bespreekt het de resultaten met elk portefeuillebedrijf aan de hand van een ESG Company Onepager. Bij exit evalueert het Fonds de ontwikkeling gedurende de looptijd van de lening aan de hand van een ESG Exit Evaluation Form.
Aangewezen referentiebenchmark
Er is geen index aangewezen als referentiebenchmark om te bepalen of het Fonds is afgestemd op de ecologische of sociale kenmerken die het promoot.
